zaterdag 1 juli 2017

Smaak en zie ... (1)

‘Smaakt en ziet dat de Here goed is; welzalig de vrouw die bij Hem schuilt.’

>> Psalm 34:9


U, o God, bent een goedertieren God,
een God van liefde, goedheid en genade.
Een God vol mededogen; vriendelijk en trouw,
en Die ernaar verlangt ons hiermee te overladen.

U staat klaar om ons Uzelf te tonen, en te geven;
U wacht op ons tot wij willen proeven en smaken.
U hunkert om ons in onze grootste nood
met Uw goedertierenheid aan te raken.


Vorige maand mocht ik in Vaassen op de VrouwenOchtend waar ik iedere maand naar toe ga, de overdenking verzorgen.
Nu verzorg ik samen met Caroline van de Vate en Martine Lage wel ‘spreekbeurten’, maar dat is wel even heel anders dan alleen een overdenking geven.
Dat is iets dat ik nog niet eerder had gedaan.
Ik heb hier ‘ja’ op gezegd, omdat ik wist dat het God was die dit tijdstip en de plaats had bepaald (verhaal op zich).
Ik vond het doodeng, maar ook dit ervoer ik als opnieuw uitstappen en gaan op de weg die God neerlegt voor mij, in het vertrouwen dat leidt in het onderwerp, het schrijven en het spreken
De tekst en de onderstaande overdenking kwamen hieruit voort.
Met het nadenken over een onderwerp voor de maand juli, kwam ik uit bij deze overdenking en ik besefte dat hij heel mooi aansloot bij de vorige Blogpost ‘De liefde van God zichtbaar in Zijn woord’.


Het was op een zondagmorgen, dat de woorden uit 1 Petrus 2:3 in mijn Stille Tijd naar mij toekomen en mijn hart doen opspringen.
‘Indien u tenminste geproefd heb dat de Heere goedertieren is …’
Toen ik deze woorden las, werd ik zo blij van binnen.
‘Ja’, juichte het in mij, ‘ik heb geproefd dat Hij goedertieren is, dat Hij goed is, genadig, trouw, vol liefde, en geduld!’

Ik weet, goedertieren is een beetje een ouderwets woord en in de nieuwere Bijbelvertalingen kom je het ook niet meer tegen.
Daar is het vertaald met ‘trouw’, of met ‘goed of goedheid’ of ‘liefde’.
Ik moet eerlijkheidshalve zeggen, dat ik ook niet precies kon zeggen wat het nu betekende, het was meer iets gevoelsmatig in de woorden die ik net aangaf van –goed, genadig, liefde, trouw, geduld; al deze dingen eigenlijk omvattend.
Nieuwsgierig en precies als ik ben, ben ik toen natuurlijk wel even op zoek gegaan naar dit woord en ik kwam er achter, dat het ook eigenlijk niet met één woord te beschrijven is.
Het schijnt dat het woord goedertieren afkomstig is van het Hebreeuwse woord ‘chesed’, - en dat woord is gewoon niet in één woord te vangen.
Het wordt dan ook verschillend vertaald met genade, liefdevolle vriendelijkheid, standvastige liefde, mededogen en goedheid.
Ergens anders werd ook het woordje ‘trouw’ er nog bij genoemd.
Goedertieren is dus duidelijk een woord met een hele diepe en rijke betekenis.

Goed, met al deze informatie in ons achterhoofd, gaan we nog weer even terug naar het punt waardoor we bij dit woord kwamen, naar ‘Indien u tenminste geproefd heb dat de Here goedertieren is.’ 
Ik laat de context waarin deze woorden staan liggen, en wil alleen focussen op deze woorden.
Want door deze woorden kwam ik uiteindelijk bij de tekst, waarbij ik werd bepaald dat ik daar verder bij stil moest staan.
Maar voor ik daar naar toe ga, wil ik jullie nog eerst even meenemen naar deze tekst in de Bijbel Gewone Taal.
Ik wil, en ga echt niet op iedere slak zout leggen, maar …
De Bijbel Gewone Taal heeft deze tekst namelijk als volgt verwoord:
‘Want als je Gods woorden hoort, dan weet je hoe goed de Heer is.’
Maar is dat wel hetzelfde als ‘Indien u tenminste geproefd hebt dat ...’.

Voorbeeld.
Iedere Vrouwenochtend sluiten we af met samen eten en dan komen er allemaal lekkere dingen op tafel te staan.
Dan kan iemand tegen mij zeggen dat het heerlijk is en dat de persoon die het gemaakt heeft heel goed kan koken, maar hoe zal ik dat weten als ik niets heb geproefd?
Alleen door zelf te proeven zal ik weten of het lekker is of niet.
Alleen door het uit te proberen zal ik weten of zij een goede kokkin is, of niet.
Men kan van alles zeggen, maar alleen door te ondervinden zal ik het zeker weten.

Dan kun je ook nog zeggen natuurlijk, ja, maar smaken verschillen …
En ja, dat is ook zo, maar of ik wel of iets niet lust, of lekker vind, zegt niets over het feit of de andere wel of niet goed kan koken.
Ik eet bijvoorbeeld echt geen slakken, maar dat wil niet zeggen dat een kok uit een 4 sterrenrestaurant ze niet briljant kan klaarmaken en dus goed kan koken.
Nee, alleen door iets te proeven, iets uit te proberen –en soms zelfs vaker dan één keer, want ja, één keer zegt natuurlijk niet altijd alles, kun je er achter komen of iets lekker is, of iets goed is of niet, en of dus wat er over iemand gezegd is, waar is.
Alleen van horen zeggen werkt dus niet echt.
Wel kun je door het horen iets wel of niet willen gaan uitproberen.
(om werkelijk te weten of iemand goed kan koken, is het natuurlijk wel slim om iets te proeven van wat je lust)

Ik weet, voorbeelden schieten altijd wel ergens te kort, maar toch is denk ik zo wel duidelijk, dat het horen van iets niet hetzelfde is als er van geproefd hebben.
En nodigt God Zelf ons niet uit in Zijn woord om te proeven?


Smaak en zie

Bij de tekst uit 1 Petrus 2:3 werd een verwijzing gegeven en wel naar Psalm 34:9 en daar staat:
‘Smaakt en ziet dat de Here goed is; welzalig de man –en ik maak er voor nu even ‘de vrouw’ van, die bij Hem schuilt.’
Smaakt en ziet …
Welzalig …

Smaak, oftewel proef! en zie dat de Here goed is.
Met andere woorden: probeer het uit.
De WillibrordVertaling vertaald het met: ‘ervaart het’ .
En zie, oftewel ‘ontdek het zelf’ …
Ga op onderzoek uit; test het.
En de Psalmist sluit zijn zin af met: ‘welzalig de vrouw die bij Hem schuilt.’
Met andere woorden, gelukkig ben je als je naar God toe gaat en bij Hem je bescherming zoekt.
Waarom gelukkig?
Omdat, als je bij Hem je bescherming zoekt; als je bij Hem gaat schuilen, er achter komt dat je daar veilig bent; dat daar voor je wordt gezorgd; dat Degene bij wie je schuilt te vertrouwen is.
David wist dat, hij heeft het al zo vaak gedaan en keer op keer heeft hij ervaren dat God te vertrouwen is, en daarom spoort hij iedereen in zijn Psalmgedicht aan om dit toch ook uit te proberen, zodat iedereen kan ontdekken hoe goed de Heer is.


David

Voor dat David koning werd, is hij jaren op de vlucht geweest voor koning Saul.
Vanaf 1 Samuël 8 kun je alles over Saul lezen, en in 1 Samuël 16 komt David in beeld.
Davids hield van God; Zijn hart was op God gericht en hij was aan Hem toegewijd.
In zijn strijd met Goliath wordt duidelijk hoeveel hij van God hield, maar ook hoe zeer hij op Hem vertrouwde.
Terwijl de grootste en sterkste soldaten van het leger van Saul bang zijn voor die reus die daar iedere keer tevoorschijn komt en de spot drijft met God en met hen, is David als hij hem de eerste keer hoort tot diep in zijn hart verbolgen en hij gaat, zo jong als hij is, vol vertrouwen op zijn God, de strijd met deze reus aan.
Wat anderen ook zeiden, wat de koning zelf ook zei, David vertrouwde op God.

1 Samuël 17:34-37
‘Majesteit’, antwoordde hij, ‘ik ben herder geweest in dienst van mijn vader. Wanneer een leeuw of soms een beer een lam uit de kudde kwam roven, ging ik achter hem aan, sloeg hem neer en redde het lam uit zijn muil. 
En viel de leeuw mij aan, dan greep ik hem bij zijn baard, en sloeg hem dood. 
Leeuwen en beren heb ik neergeslagen.
Het zal die onbesneden Filistijn net zo vergaan, want hij heeft de slagorden van de levende God uitgedaagd.
De Heer heeft mij gered uit de greep van leeuwen en beren, Hij zal mij ook redden uit de greep van de Filistijn.’

Ook de wapenrusting die Saul hem aangaf trok hij weer uit, want hij kon er niet in lopen.
En zo ging David, alleen gewapend met zijn slinger en vijf gladde stenen die hij in de beek had uitgezocht, op de reus af.

Er staat dat Goliath diepe minachting voor David kreeg toen hij hem zag, omdat hij nog maar een jongen was, en hij vervloekte David in naam van zijn goden.
Hij schreeuwde David toe in vers 43,44a: ’Ben ik soms een hond, dat je met een stok naar mij toekomt? Kom maar op, dan zal ik je vlees aan de aasgieren en roofdieren geven.’
Maar David laat zich niet intimideren door deze grote bullebak, maar loopt rustig op hem af en antwoordt (vers 44b-47)
‘U komt op me af vertrouwend op zwaard, lans en kromzwaard, maar ik kom op u af vertrouwend op de almachtige Heer, de God van de slagorden van Israël. 
U hebt Hem uitgedaagd, maar op deze dag zal Hij u in mijn macht geven.
Ik zal u neerslaan en u het hoofd afhouwen.
Op deze dag zal ik de lijken van het Filistijnse leger aan de aasgieren en de wilde dieren geven.
Dan zal heel de aarde weten dat Israël een God heeft en deze menigte zal weten dat de Heer voor de overwinning geen zwaard en lans nodig heeft.
Het gaat hier om de Heer; het is Zijn strijd.
Hij heeft jullie al in onze macht gegeven.’

Als Goliath in de aanval gaat, zet David de tegenaanval in; hij pak een steen en slingert hem weg en de steen treft de reus zo hard in het voorhoofd dat de steen naar binnendringt, en Goliath valt dood voorover.
David loopt op Goliath af, pakt zijn zwaard en hakt hem het hoofd af.
Hoe vol vertrouwen op God is David hier!
Zien de anderen alleen die grote reus, horen ze alleen zijn grote mond, David ziet dat God groter en sterker is.

Maar David is ook ‘maar een mens’, en korte tijd later is hij blijkbaar alweer vergeten hoe God hem geholpen had met leeuwen en beren, en met die reus; hoe hij op hen af ging wetend dat God voor hem uitging.
Als Saul hem naar het leven staat (1 Sam. 18 - 20) vlucht hij naar koning Achis van Gat. (1 Sam. 21)
En als hij daar hoort wat men over hem verteld aan de koning, is zijn angst zo groot, dat hij doet alsof hij gek is en krabt aan de deuren van de stadspoort en laat het kwijl in zijn baard lopen.
Hij wordt gegrepen en naar de koning gebracht, maar die wil ondanks de verhalen die hem over David verteld waren, niets meer van hem weten, en zo komt David daar weer goed weg.
Nergens vinden we een woord over dat hij naar God toe gaat, Hem om hulp vraagt, of wat hij moet doen.

Hoe anders is dit verhaal.
Toch is het na dit dat David de woorden schrijft: ‘Smaakt en ziet dat de Here goed is; welzalig de vrouw die bij Hem schuilt’.
En zo blijkt uit dezelfde Psalm ook dat David, ook al was God even uit beeld, hij God niet vergeten is.
En uit Psalm 56 blijkt dit nog meer, want deze Psalm schreef David toen hij door de Filistijnen gevangen genomen was.
Doodsbang als hij was, neemt hij zijn toevlucht tot God.
We lezen er een aantal verzen uit:

Vers 2:
‘Mijn God, heb medelijden, want ze loeren op mij, ze jagen mij op, heel de dag door.

‘Vers 4 en 5:
‘Bij al mijn angsten, machtige God, vertrouw ik op U.
Ik vereer U, mijn God, om wat U beloofd hebt.
Als ik op U vertrouw ken ik geen angst meer.
Wat zouden ze mij kunnen doen, die nietige mensen?’

Vers 9 t/m 15
‘Mijn omzwervingen hebt U opgetekend, mijn tranen opgevangen in een kruik.
Hebt u ze niet vermeldt in Uw boek?
Als ik U te hulp roep, slaan mijn vijanden op de vlucht, want dit weet ik: 
U, God, bent met mij.
Ik vereer U, mijn God, om wat U beloofd hebt, U vereer ik, Heer.
Als ik op U vertouw, ken ik geen angst meer.
Wat zouden mensen mij kunnen doen?’

Mijn God, mijn beloften aan U kom ik na, ik zal U dankoffers brengen.
Want U hebt me voor vallen behoed, me van de dood gered.
Nu kan ik verder leven, in Uw nabijheid.’


Psalm 34 is geschreven nadat David was weggejaagd van het hof van koning Achis, - in de aanhef van deze Psalm staat trouwens ‘Abimelech’, en dat blijkt een titel te zijn, en deze Psalm begint lofprijs en dankzegging naar God.

Vers 2 t/m 9:
‘Altijd wil ik de Heer danken, zonder ophouden bewijs ik Hem eer.
Van harte zal ik Hem eren; wie in verdrukking leven zullen het horen en zich verheugen.
Verkondig samen met mij de grootse daden van de Heer; laten wij allen Zijn macht erkennen.

Ik heb me tot de Heer gewend en Hij heeft geantwoord; van alle angsten heeft Hij mij bevrijd.
Wie zich tot Hem richten, zullen stralen van vreugde, hun vertrouwen is niet te vergeefs.
Ik was er ellendig aan toe, ik riep de Heer te hulp en Hij luisterde naar mij, verloste mij van al wat mij kwelde.
Als je ontzag hebt voor de Heer waakt Zijn engel over je, staat je bij en bevrijdt je.

- oudere vertalingen zeggen hier ‘De engel van de Heer legert zich rondom wie Hem vrezen en redt hen.’
Oftewel, zet zich rondom je neer, bivakkeert rondom je.
Ik vind dan het woordje ‘rondom’ zo prachtig, en zie het dan als het ware voor me hoe de engel zijn machtige vleugels ter bescherming om mij heen vouwt.

Oké, weer gauw verder.
Vers 9:

‘Je zult zien, je zult merken hoe goed de Heer is: je bent gelukkig als je bij Hem schuilt.’
- ‘Smaakt en ziet, dat de Here goed is; welzalig de vrouw die bij Hem schuilt.’

Smaak en zie; je zult het zien, je zult het merken!

In welke situatie we ook zitten.
In welke omstandigheden dan ook.
Wat het ook is dat ons bezighoudt.
Wat voor moeilijkheden, pijn of verdriet er ook zijn.
Laten we toch naar de Heer gaan, het desnoods uitschreeuwen, dat deed David immers ook.
Laten we desnoods de woorden van één van de Psalmisten gebruiken.
Maar laten we naar de Heer gaan en alles in Zijn handen leggen en zeggen: Heer, doe U het maar; laat U maar zien wie U bent.
Ik wil zien, dat U bent wie U zegt dat U bent!
Ik wil het proeven, ik wil het ervaren!

Probeer het uit!
Wat heb je te verliezen?
Hoe zouden we anders ooit kunnen weten dat God een God van trouw is, van liefde, van genade, van goedheid, van bewogenheid, als we alles maar zelf op willen lossen en zelf willen doen?
Hoe zal Hij Zichzelf ooit aan ons kunnen openbaren als een liefdevolle, zorgende Vader, als wij Hem daar de kans niet voor geven?


Tot zover vandaag; morgen komt het slot.
Ik hoop dat je dan opnieuw meeleest en dat het jou ook uit zal dagen om te proeven en te smaken dat de Heere goed is als je dat nog niet eerder hebt gedaan.
En dat anders, net als bij mij, je hart zal opspringen van vreugde bij de woorden 'indien u tenminste geproefd hebt dat de Heere goedertieren is'.

Gods rijke zegen en een liefdevolle groet,
Rita












Morgen ...

Dat alles in mij juichte bij het lezen van de woorden ‘Indien u tenminste geproefd hebt’ en waarom ook ik met David iedereen wil aansporen ‘om te proeven of God werkelijk goed is’  komt voort uit mijn eigen ervaring.
Net als David heb ook ik ervaren dat Gods woord waarheid is, dat God goed is, dat Hij zorgt voor wie Hem toebehoren.
En ik heb dit niet ervaren doordat alles zo voorspoedig ging en er geen problemen, moeilijkheden, pijn of verdriet was.
Nee, ik heb het juist ervaren dwars door al deze dingen heen ...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen