zondag 30 maart 2014

Week 14 - Een open deur

Wees gastvrij voor elkaar,  zonder morren (mopperen, klagen)

1 Petrus 4:9

Gastvrij zijn zonder klagen, mopperen, morren …
Slik …

Al bij het voorblad van mijn Stille Tijd deze week weet ik dat ik hierin toch nog wel de nodige steken laat vallen..
Als het om onverwacht bezoek gaat, lijkt die altijd te komen als ik net een mooi boek heb dat smeekt om verder gelezen te worden, of als ik net wil genieten van een leeg huis voor mezelf, of even wil dommelen in mijn stoel, of …
En ja, dan moet ik bekennen (belijden) dat ik dan niet altijd even gastvrij ben.
Dan klinkt er toch wel zachtjes het nodige gemopper en geklaag voor ik de deur open doe, en ik nodig de persoon die voor de deur staat ook niet altijd binnen.
Als echter de vraag klinkt van ‘joh, heb je even tijd voor een bakkie?’, dan kan ik echter niet liegen en zeg met een big smile, ‘ja, natuurlijk, kom binnen.’
Op de één of andere manier kan ik niet onvriendelijk zijn; tenzij ik er door medicijnen of zo geen grip op heb.
Door de telefoon kan ik nog wel zeggen dat ik geen ‘tijd’ heb, maar als er iemand aan de deur staat, dan is het toch een ander verhaal (tenzij het echt zo is natuurlijk).

Tegenwoordig gebeurt dat veel minder dan vroeger, want velen werken buitenshuis, dus het aantal keren dat er nog zomaar iemand op de stoep staat, is bijna op één hand te tellen, en onze familie woont verder weg, dus die bellen eerst voordat ze komen, want stel je voor dat er niemand thuis is.
Toch, aan de andere kant, ik moet achteraf wel vaak bekennen dat het bezoek goed en gezellig was en helemaal niet zo erg als ik had gedacht.
Het is eerder zo dat ik tegen mezelf aanloop, tegen het feit, dat ik toch wel wat moeite heb als iets anders loopt dan gepland; vooral als dat tijd voor mezelf betreft.
De momenten dat ik een leeg huis voor mezelf heb, is me wel heel erg kostbaar.
Na jaren van moeilijkheden met en om kinderen en zakelijk, zijn deze momenten/tijden me ontzettend dierbaar en kostbaar en kan ik intens genieten van de vredige stilte in mijn huis.
Ik kan stilletjes in mijn stoel bij het raam zitten of door de kamer lopen en gewoon vol schieten van emotie om de ‘hoorbare’, vredige stilte in huis.
‘Hoort U het, Heer, hoort U ook deze stilte! Ik ben U hiervoor zo dankbaar, Heer, zo dankbaar!’
En mijn hart kan overstromen van dankbaarheid voor deze bijzondere momenten.
Wat een verschil met de tijd waarin we leven, waarin alles druk, druk, druk, is.
Waarin bijna iedereen met oordopjes in loopt, of altijd de radio aan heeft staan, of altijd maar bezig is …
Zo onbegrijpelijk voor mij.
Maar goed, het onderwerp voor deze week was gastvrijheid, een open deur hebben, en dan wel zonder klagen of mopperen.

Het is duidelijk wel een Bijbelse opdracht.
We zien het al aan de bovenstaande tekst uit 1 Petrus 4:9, maar ook op andere plaatsen in de Bijbel komen we deze opdracht tegen.
Mijn Stille Tijd kalender geeft ook de volgende Bijbelgedeelten aan:
Romeinen 12:10-13 → Houd veel van elkaar als broeders en zusters. Toon respect voor elkaar en wees de ander daarin voor. Doe uw best en wees niet lui. Dien de Heer met een vurig hart. Wees blij om wat u mag verwachten. Volhard als u verdrukt wordt. Houd niet op met bidden. Lenig de nood van hen die God toebehoren en ontvang vreemdelingen gastvrij –  andere vertalingen → wees gastvrij/leg je toe op gastvrijheid.

1 Timotheüs 3:2 → Een opziener (degene die leiding geeft) nu moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw, beheerst, bezonnen, eerbaar, gastvrij,  bekwaam om te onderwijzen, …

Hebreeën 13:1,2 →  Laat de broederliefde blijven. Vergeet de gastvrijheid niet, want hierdoor hebben sommigen zonder het te weten engelen onderdak geboden.

Als we deze gedeelten lezen, zien we dat we niet alleen gastvrij dienen te zijn voor onze vrienden of familie of geloofsgenoten, maar voor iedereen.
Via de verwijzing bij Hebreeën 13, kom ik bij Genesis 18:1-8 en welk een les van wat gastvrij zijn inhoudt, komen we daar niet tegen.

Abraham zit bij zijn tent en als hij opkijkt, ziet hij ineens drie mannen voor hem staan.
En dan zien we een voorbeeld van op ten top gastvrij zijn.
‘Toen hij hen zag, liep hij hun snel uit de ingang van de tent tegemoet en boog zich ter aarde. En hij zei: Mijn heer, als ik nu genade gevonden heb in uw ogen, ga dan uw dienaar toch niet voorbij. Laat er toch wat water gebracht worden; was dan uw voeten, en rust wat uit onder de boom. Dan zal ik een stuk brood halen, zodat u op krachten kunt komen; daarna kunt u verdergaan. Daarom bent u immers bij uw dienaar langsgekomen.’
Vervolgens haast Abraham zich naar Sara, zijn vrouw en spoort haar aan om snel aan het werk te gaan en ook zelf gaat hij snel aan de slag.

Het is wel zo, dat de tijd nu heel anders is dan toen, en ook onze culturen verschillen behoorlijk, maar toch zijn er nog weldegelijk dingen die wij hiervan kunnen leren.
Nee, we kunnen niet zomaar meer iedereen binnen laten, dat is te gevaarlijk geworden, maar toch, God spreekt ook tot ons en in hoeverre luisteren we nog naar Zijn zachte stem als het gaat om deze dingen.

Wij Nederlanders komen er ook wel slecht uit als het gaat om gastvrijheid ten opzichte van de cultuur van het Midden-Oosten.
Wordt je door hen overladen met eten en drinken, bij ons zijn het twee kopjes koffie (of thee) en één koekje.
Soms blijft de koekjesschaal wel staan, maar daar ook weer zomaar wat vanaf pakken is toch best lastig, tenzij het heel specifiek wordt gezegd, want anders doe je dat toch niet.
En ja, als de gasten wat langer blijven, krijgen ze misschien ook nog wat nootjes of zo, maar eten, nou, dan moeten we toch vaak wel eerst even goed in onze agenda en kast kijken.
En dan heb ik het nu alleen nog maar over bekenden die onverwacht op de stoep staan.
Natuurlijk geldt dit niet voor iedereen, er zijn mensen die echt de ‘gave’ van gastvrijheid hebben en bij wie alles kan en op welk moment dan ook.

Persoonlijk merk ik dat ik door alles wat er binnen ons gezin is gebeurd, minder gastvrij ben dan voorheen.
Ik kan minder hebben, minder aan, heb meer tijd nodig voor mijzelf.
Ik ben kwetsbaarder geworden.
Door dit onderwerp werd ik sinds lange  tijd weer bepaald bij hoe wij dit huis hebben gekregen en hoe wij het hadden opengesteld voor anderen, omdat we echt ervoeren dat God ons dit huis had gegeven en wij wilden het ook openstellen voor een ieder die Hij op het oog had.
En wat hebben we veel mensen over de vloer gehad.
Een aantal jaar hebben we de ‘na-catechesegroep’ hier gehad.
Na onze doop werd er een groep gestart waarin dopelingen samen kwamen voor Bijbelstudie om te leren en sterk te worden.
Met iedere doopdienst had een ieder de mogelijkheid om erbij te komen en zo hebben we hele bijzondere jaren gehad.
We ervoeren het echt als een voorrecht dat deze avonden standaard bij ons in huis waren.
En dan de jeugd die we een tijd lang één keer in de veertien dagen op zaterdagavond hier hadden.
Och, wat geweldig waren deze avonden!
Ooit hadden we een speciale Kerstavond waarin er wel dertig jongelui zaten; onze achterplaats stond vol met fietsen.
En ook voor onze kring was er altijd ruimte.

Inmiddels pakken we weer langzaam wat dingen op, er is weer ruimte voor onze kring, maar ik merk dat het me allemaal meer kost dan voorheen.
De jaren zijn zwaar geweest en hebben hun tol geëist.
Lichamelijk zijn we nu beiden niet sterk meer, we moeten ook echt om onszelf denken en met name mijn man, nu hij RA heeft en in de beginfase zit van de behandeling om de ontstekingen onder controle te krijgen.
Wat voorheen vanzelfsprekend was, is nu iets waar ik over moet nadenken.
En dan komt dit onderwerp: een open deur.
Met een licht gevoel van heimwee denk ik terug, komen de herinneringen boven, maar wat zijn we geestelijk allebei niet gegroeid juist door alles wat er is gebeurd.

Gastvrijheid, gastvrij zijn, een open deur …
Dan dringt het tot me door dat het niet gaat om de kwantiteit, maar om de kwaliteit.
‘Wees gastvrij zonder mopperen of klagen.’

Gastvrijheid is meer dan hoeveel mensen er komen, meer dan de dingen die je je gasten voorzet, gastvrijheid is boven alles de ander het gevoel geven: Je bent welkom!
Gastvrijheid is de ander laten zien dat je blij bent met hun bezoek.
En dan ongeacht wie.
Dan vervullen we ook Gods gebod over liefde.
Dan is gastvrijheid geen plicht, maar een middel om God te dienen en te eren.


Lieve Vader in de hemel.
Hoewel het allemaal niet meer is zoals voorheen, me de dingen niet meer zo makkelijk en vanzelfsprekend afgaan, toch laat U me door deze dingen heen zien, waar het werkelijk om gaat.
En dat kunnen we altijd in praktijk brengen, ongeacht wat we wel of niet kunnen, wel of niet hebben om voor te zetten.
Opnieuw komt naar voren waar het in wezen om gaat, namelijk om Liefde.
Stort Uw liefde uit in mijn hart, Heer Jezus, doordrenk mijn hart van Uw liefde.
Laat mij zien door Uw ogen, voelen wat U voelt.
Maak mijn hart bewogen als het Uwe, opdat ik U eer en dien ook als het gaat om een open deur.
Lieve Vader, ik bid U dit, in Jezus ‘Naam.

- Amen –


Liefde

Liefde is de sleutel
van Zijn bewogen hart.
Liefde is de drijfveer
achter Zijn uitgestoken hand.
Liefde ligt ten grondslag
aan wat Hij deed en doet.
Liefde is de reden waardoor Hij,
steeds opnieuw, door bewogenheid
word overmand.

Niemand klopt ooit
tevergeefs bij Hem aan.
Niemand zal Hij ooit
in de kou laten staan.
Want een ieder die vraagt, zal ontvangen,
die zoekt, zal vinden,
en wie klopt, zal worden opengedaan.

Leer mij wandelen, Heer Jezus,
in Uw voetspoor.
Lief te hebben
en bewogen te zijn als U.
In en op al mijn wegen;
in en bij alles wat ik doe.
Niet ziende op wat voor ogen is,
maar het hart van elk individu.





zondag 23 maart 2014

Week 13 - Als Jezus binnenkomt, verandert de sfeer

En er kwamen blinden en kreupelen bij Hem in de tempel en Hij genas hen.
HSV

Mattheüs 21:14


Als alles stil valt
komen verwonden
van lichaam en geest
naderbij.
Zie, hoe zij
herstel en genezing vinden
bij Mij.

Als alles stil valt
wordt lofprijs hoorbaar
in de stemmen van kinderen
en zuigelingen.
Hoor, hoe zij 
tot Mijn eer en glorie
‘Hosanna’ zingen.

Als alles stil valt,
wat hoor en zie jij,
wat gebeurt er dan
met jou?
Zie jij 
hoe ontzettend veel Ik
van je hou?


Als Jezus binnenkomt, verandert denk ik niet alleen de sfeer, maar verandert alles.
Jezus zet levens op z’n kop.
Waar Jezus verschijnt, kan niets hetzelfde blijven.

In de tempel zet Hij alles op z’n kop; we zien hier een Jezus, Die we nog niet eerder hebben gezien.
Boos en verbolgen, gekwetst tot diep in Zijn hart, om wat de mensen met het huis van Zijn Vader hebben gedaan, om wat zij gemaakt hadden van het huis van Zijn Vader.
En Hij gooit alles omver en jaagt iedereen weg.
‘Gerechtvaardigde boosheid’ zijn de woorden die in mijn gedachten komen als ik me een voorstelling maak van wat Jezus doet op het tempelplein.
Gerechtvaardigde boosheid, rechtvaardig, terecht, omdat de plaats waar Zijn Vader ‘woont’ zo ontheiligd, zo onteert wordt.
Hoor Zijn woorden klinken over het tempelplein: ‘Er is geschreven:  Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden; maar u hebt er een rovershol van gemaakt.’*
Als Hij dan het tempelplein heeft ‘schoongeveegd’, komt er ruimte voor heel andere dingen.
Dan zien we dat er blinden en kreupelen bij Hem komen en dat zij genezing ontvangen.
Het lawaai en rumoer is verstomd en het geluid van lofprijs uit de mond van de kinderen die daar lopen, wordt hoorbaar.
‘Hosanna voor de Zoon van David!’
Als Jezus binnenkomt verandert de sfeer!

Van het tempelplein gaan we naar ons lichaam als tempel van de Heilige Geest.
1 Korinthe 6:19,20 - Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?
Paulus noemt dit in verband met ontucht, maar we kunnen het ook toepassen op ons leven en ons hele leven zien als tempel van de Heilige Geest.
In de overdenking komen dan ook gelijk een aantal vragen naar voren.
Waarmee vul ik mijn leven?
Welke stemmen klinken het hardst?
Zijn de dingen die ik doe ook acceptabel in Gods ogen en niet alleen in de ogen van mensen?
Is er een klimaat van lofprijs in mijn volle agenda, ook al zijn het dingen die ik voor Hem doe?
Heb ik dagelijks een ontmoeting met Jezus en zoek ik herstel en genezing bij Hem?
Of hebben we misschien ook een grote schoonmaakbeurt nodig?

De schrijfster van de overdenking opent wijd de deuren voor Hem, maar willen wij dat ook?
Willen wij Hem ook alle ruimte geven, dat Hij alle ruimte krijgt?
Willen we echt dat er herstel en genezing komt, en dat lofgezangen omhoog komen?
Is ons hart wel bereid om de deuren wijd open te gooien zodat Hij binnen kan komen en  verwijderen wat niet goed is aan gedachten, gewoonten, prioriteiten en activiteiten en …?
Deze laatste vragen zijn vragen die bij mij boven komen, willen we het wel echt?

Op het tempelplein werd alles omver gegooid en alles wat er niet hoorde weggejaagd.
Het geld van de wisselaars lag verspreid op de grond.
Tafels en stoelen lagen overal, niets stond meer overeind of op z’n plek.
En toen kwam er ruimte voor de blinden en lammen om bij Jezus te komen en genezing te vinden.
Toen werd het stil, waardoor de lofprijs van de kinderen hoorbaar werd.
Misschien waren zij wel helemaal niet opgehouden met zingen toen Jezus op een ezel Jeruzalem binnen reed en iedereen voor Hem uitliep met palmtakken en Hem toejuichten ‘Hosanna voor de Zoon van David!’
Misschien klonken hun stemmen nog wel na toen Jezus het tempelplein opliep, maar werden hun stemmen verdrongen door alles wat er op het tempelplein gaande was.

Misschien klinkt diep in ons, of om ons heen ook wel lofprijs, maar wordt het overstemd door allerlei andere zaken en dingen.
Misschien horen we het wel heel in de verte, maar zijn er teveel dingen die het overrulen.
Wat zal het stil geweest zijn op het tempelplein toen iedereen was weggejaagd en de stemmen waren verstomd, de omver vallende tafels en stoelen stil kwamen te liggen en het gerinkel van het wegrollende geld ophield.
Wat zal het stil geweest zijn.

Hoor je de stilte?
Voel je de verandering die gekomen is?
Zie je hoe, misschien wel schoorvoetend, blinden en lammen het tempelplein betreden?
Hoor je de kinderstemmen nu, hun lofprijs, hun aanbidding?
‘Hosanna voor de Zoon van David!’
Zie je, hoe de blik van Jezus verandert van boos en verbolgen in ontferming en bewogenheid?

Zie je hoe Hij naar jou en mij kijkt; hoor je Zijn vraag: ‘Mag Ik schoon schip maken in jouw leven?’
Mag Ik alles wat niet goed is in jouw leven eruit halen?
Zullen we samen eens je agenda doorlopen?
Zullen we samen eens naar je prioriteiten kijken?
Zullen we samen eens kijken naar alles wat je voor Mij doet?
Zullen we tijd inplannen voor jou en Mij samen?

Het is geen boze en verbolgen Jezus Die ons deze dingen vraagt, maar een bewogen Man met littekens in Zijn handen en voeten, op Zijn hoofd, op Zijn rug en in Zijn zij.
De hand, die Hij uitstrekt naar jou en mij om samen het leven en alles wat daar bij hoort door te lopen, is een hand met een litteken die vertelt van Zijn onnoemelijke en onbegrijpelijke  liefde, genade en vergeving voor ons.

Als Jezus binnenkomt verandert de sfeer, niets blijft meer hetzelfde.
Als Jezus binnenkomt brengen Zijn liefde en genade door vergeving herstel en genezing.
Als Jezus binnenkomt komt er lofprijs op onze lippen.

* Jesaja 56:7; Jeremia 7:11


Lieve Heer Jezus, ook ik doe de deuren van mijn hart en leven wijd open voor U en verlang ernaar om samen met U mijn leven door te lopen.
Mijn agenda, mijn prioriteiten, mijn bezigheden, mijn gewoonten, ja, alles, Heer.
Toon mij, Heer Jezus, laat mij zien wat weg moet of wat er juist in moet of bij.
Ik breng U ook al mijn teleurstellingen, mijn pijn en verdriet, kom ook daarin, Heer Jezus.
Verander, vernieuw mijn denken.
Doe mij Uw wil ontdekken, telkens weer en in elke beslissing die ik moet nemen.
Laat mijn leven zijn als een heilig en een Uw aangenaam offer, een voor U aangename geur.
Dank U, voor Uw liefde, Heer Jezus, voor Uw genade, Uw vergeving.
Dank U wel; ik hou van U.

- Amen – 


Hosanna!

Hosanna voor de Zoon van David,
hosanna voor de Allerhoogste Heer!
Hosanna, U alleen bent waardig,
te ontvangen al mijn lof en eer!

Hosanna voor de Zoon van David,
hosanna voor het Lam voor mij geslacht!
Hosanna voor de Allerhoogste Koning,
alle hulde en lof moet Hem worden gebracht!

Hosanna voor de Zoon van David,
hosanna voor de Allerhoogste Heer!
Hosanna, U alleen bent waardig
te ontvangen al mijn lof en eer!


Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,



zondag 16 maart 2014

Week 12 - Hoe vast jij?

Is dit niet het vasten dat Ik verkies?
HSV/NBV

Jesaja 58:6

Om te beginnen, ja het is me ook opgevallen dat er elk jaar meer aandacht is voor vasten, en daarmee beantwoord ik de vraag waar deze week mijn Stille Tijd mee begon.
Ja, het is mij ook opgevallen, maar desalniettemin is het nog steeds een onderwerp wat best ver van mij af staat en niet echt een vaste plaats in mijn leven heeft.

Ik ben er niet mee opgegroeid en ook in de gemeente, waar wij nu al jaren komen, is hier niet zoveel aandacht voor.
Ik heb er nog slechts een enkele preek over gehoord, en één keer werden we als gemeente opgeroepen om te bidden en vasten voor een zendeling van onze gemeente die zeer ernstig ziek was.
Dit wil echter niet zeggen dat ik nooit heb gevast; ik herinner me nog een hele mooie en bijzondere week, waarin mijn man en ik ‘gedeeltelijk’ vastten als voorbereiding op Goede Vrijdag, omdat we op deze dag samen zouden komen met een groep jeugd bij ons in huis om een drie uur durende DVD te kijken van ‘Naar house’ over muziek.
We hadden hier de hele dag voor uitgetrokken, ze zouden blijven eten, ’s middags en ’s avonds, en we zouden met de hele groep ’s avonds naar de dienst gaan.
Daar de impact van deze DVD zo groot kon zijn, zoveel zou kunnen uitwerken en doen, wisten we gewoon dat het goed was om deze week te vasten en we deden dat tussen tien uur ’s morgens en zes uur ’s avonds.
Tussen de middag kwam mijn man thuis en baden we samen het uur dat hij anders pauze zou hebben.
Het was een bijzondere week met een nog bijzonderder afsluiting; vele Cd’s zijn, ik geloof de dag erop al, op de ‘brandstapel’ beland.
En wat was het bijzonder om samen met bijna de gehele groep, ’s avonds het avondmaal te vieren.
Ook persoonlijk heb ik op deze wijze nog weleens gevast, maar verder eigenlijk niet.
Al merk ik wel dat het met bepaalde dingen wel door mijn hoofd gaat, in mijn gedachten komt en dat met speciale dingen het goed voelt om te doen.

Het thema echter voor deze week vond ik eigenlijk best vreemd.
‘Hoe vast jij?’
Boem, zomaar uit het niets: ‘Hoe vast jij?’, er van uitgaand dat vasten een normaal iets is en bij iedereen bekend en gewoon.
Zelf vind ik dat lastig, zomaar vanuit het niets zo’n vraag, dus nadat ik netjes alles gelezen had, inclusief alle Bijbelgedeelten, ging ik eerst eens op onderzoek uit naar wat ik kon vinden over vasten.
Nou, ik kan je zeggen dat er genoeg over te vinden is op Internet, maar ook dat hierover de meningen weer ‘heerlijk’ uiteenlopen.

Mijn grootste nieuwsgierigheid betrof eigenlijk wanneer en waar het vasten nu eigenlijk precies is ingesteld en wat de Bijbel erover zegt.
Als ik het woord vasten intyp bij Biblia.net verbaasd het mij dat het woord vasten voor het eerst genoemd wordt in 2 Samuël 12:23, aan het einde van het verhaal van dat de profeet Nathan bij David is geweest en hem ter verantwoording riep over zijn overspel met Bathseba en de moord op Uria.
De zoon van David en Bathseba zou sterven als straf voor zijn(hun) zonden en David vastte en bad totdat de jongen stierf, in de hoop dat God Zich zou laten verbidden.
Maar goed, er moest toch iets eerder geschreven zijn over vasten; het feit dat het op vele plaatsen in de Bijbel terugkomt, geeft aan dat het toch een belangrijk aspect is van het geloofsleven.
Na enig zoekwerk vond ik dan eindelijk in Leviticus 16:29 en in Leviticus 23:27 iets over ‘verplicht’ vasten op de Grote Verzoendag, maar persoonlijk vind ik de Bijbelvertalingen hierin niet echt duidelijk.
De ene spreekt over vasten, de ander over onthouding van en weer een ander alleen over verootmoedigen.
Duidelijk is wel, dat op deze dag, die een verplichte feestdag was die door de Heere is ingesteld, ze geen enkel werk mochten verrichten, een vuuroffer moesten brengen en een heilige samenkomst moesten houden om zich verootmoedigen voor God.
Mocht iemand meer informatie hebben, dan hoor ik dit heel graag.

Wat is vasten?
Voor ik ook maar wil gaan nadenken verder over het ‘hoe’, wil ik eerst toch eerst nog even kijken naar wat vasten eigenlijk is.
Vasten is het zich (bewust) geheel (of gedeeltelijk) onthouden van eten en/of drinken voor een bepaalde periode.
Tegenwoordig horen/zien/lezen we ook vaak over dat men vast door geen tv te kijken, of de computer voor een bepaalde tijd niet te gebruiken, of geen Facebook, of bepaalde apps op de telefoon uit te schakelen.
Op de site Yeshua ha Torah waar ik ook het één en ander las over vasten, kwam ik een bijzondere verwijzing tegen, namelijk in Lucas 2:36, 37 waar staat dat Anna, een profetes en weduwe van ongeveer 84 jaar, de tempel niet verliet, maar God onafgebroken diende, dag en nacht, met bidden en vasten.
Iets om ook eens over na te denken.

Waarom vasten?
De redenen om te vasten kunnen heel divers zijn.
David vastte in 2 Sam. 12:23 in de hoop dat God Zich liet verbidden en terug zou komen op Zijn straf, zodat de jongen zou blijven leven.

Koning Josafat kondigde een vasten af, toen er een groot leger op hem af kwam en hij Gods raad nodig had. (2 Kron. 20:3)

In Nehemia 9:1 lezen we hoe de Israëlieten vastten als onderdeel van boetedoening en schuld belijden.

En in Esther hoofdstuk 4 lezen we over Koningin Esther drie dagen lang vastte voor zij ongevraagd naar de koning zou gaan om haar volk te redden; zij riep daarbij alle Joden die in Susan woonden op om samen met haar te vasten.

Ook in de Psalmen komen we het vasten tegen.
In de onderstaande verzen zien we het gepaard gaan met boetedoening, berouw, verootmoediging.
Bijvoorbeeld Psalm 35:13 en Psalm 51:12

Zo ook Daniël en de mensen in Ninevé.

Maar ook in het NT komen we het vasten tegen en zien we dat er om verschillende redenen wordt gevast.
Voor de Here Jezus aan Zijn bediening op aarde begon, werd Hij door de Heilige Geest de woestijn ingeleid om verzocht te worden door de duivel en Hij vastte 40 dagen. (Mattheüs 4:2)
Voor Hij begon aan het werk waarvoor Hij naar deze aarde was gekomen, zocht Hij in stilte en afzondering Zijn Vader!

In Handelingen 13:2,3 lezen we hoe de Heere dienen en vasten met elkaar verbonden zijn, en waardoor God spreekt.

Vasten heeft dus duidelijk een belangrijke plaats in het geloof en we zien dat het ook wel vertaald wordt met gebed, smeken en verootmoedigen.

Doel van vasten.
Op ‘gotquestions’ kwam ik een mooie omschrijving tegen van wat het doel van vasten is.
‘Het doel van vasten is om je ogen af te wenden van de zaken van deze wereld en om je zo op God te concentreren', om een (allaboutprayer) ‘diepere gemeenschap met God te bereiken.’

Als we het doel van het vasten voor ogen houden, zal de manier waarop we het doen, wat wij allemaal ‘niet’ doen, naar de achtergrond verdwijnen, want dat is ook niet waar het om gaat.
Het gaat niet om ons, niet om wat wij ‘laten’, maar om Hem!

Hoe vast jij?
En dan kom ik aan bij waar het deze week om gaat: ‘Hoe vast jij?’
In Jesaja 58:6,7 zegt God: ‘Is dit niet het vasten dat Ik verkies: dat u de boeien van de goddeloosheid losmaakt, dat u de banden van het juk ontbindt, dat u de onderdrukten vrij laat heengaan en dat u elk juk breekt? Is het niet dit, dat u uw brood deelt met wie honger lijdt, en de ellendige ontheemden een thuis biedt, dat, als u een naakte ziet, u hem kleedt, en dat u zich voor eigen vlees en bloed niet verbergt?'
In de overdenking op de kalender staat dat vasten een consequentie heeft, namelijk:in actie komen!
Als je bovenstaande Bijbelteksten leest, lijkt het er wel op.
En hoewel ik geloof dat dit zeker ook zo is, dat dit belangrijk is, heb ik zelf het gevoel dat God met deze woorden in de eerste plaats iets anders bedoelt dan dat we in actie moeten komen.
Als ik het hele hoofdstuk lees, dan laten vers 3 en 4 namelijk de hartsgesteldheid zien van degenen die vasten.

Ze vastten niet omdat ze verlangden naar een dieper contact met God, maar uit plicht.
Ze waren niet op God gericht, maar op de ongemakken waarmee vasten gepaard (kan) gaan en dat reageerden ze weer af op een ieder om hen heen en in hun daden.
En God laat in de verzen 6 en 7 zien, welk vasten Hij echt verkiest.
Want als we vasten voor Hem, vanuit het zoeken naar een dieper contact met Hem, dan zullen we ook die dingen doen die Hem behagen, die Hem aangenaam zijn, die Hem en ons verbinden.
Dan zullen we ons aan Zijn woord houden niet uit een plicht, omdat het nu eenmaal moet, maar omdat het ons hartsverlangen is om Hem te dienen.

Zoals het nu in de overdenking staat en gezien ook de gegeven Bijbelgedeelten (bij mij gaan er door dit stukje alarmbelletjes rinkelen) zullen we ervoor moeten waken dat we de tijd van vasten niet alleen gaan besteden aan van alles en nog wat doen, waardoor het doen weer belangrijker wordt dan het contact met God.
Het doel van vasten was immers je op God concentreren en ik heb het gevoel dat dit een beetje op de achtergrond is geraakt.

Het verbaasde mij een beetje dat Mattheüs 6:16-18 niet gegeven is bij de Bijbelgedeelten.

‘En wanneer u vast, toon dan geen droevig gezicht, zoals de huichelaars. Zij vervormen namelijk hun gezicht, zodat zij door de mensen gezien worden als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u dat zij hun loon al hebben. Maar u, als u vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht, zodat het door de mensen niet gezien wordt als u vast, maar door uw Vader, Die in het verborgene is; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden.’

Dit gedeelte laat ook zo duidelijk zien hoe Jezus wil zien dat wij vasten.
En ook hierin is weer de link te leggen naar onze hartsgesteldheid.
Doen we het voor de mensen, om te laten zien hoe goed we zijn, of doen we het voor God, om Hem te eren, ons voor Hem te verootmoedigen?
Als de hele wereld van een grote afstand al kan zien dat we vasten, welke boodschap dragen wij dan anders uit als: het is verschrikkelijk, maar het moet nu eenmaal, het is onze plicht, of de andere kant van 'kijk eens hoe goed wij zijn.'

De tijd van vasten moet een vreugdevolle tijd zijn, omdat we tijd doorbrengen met Hem!
Dat is de boodschap die mijn hart binnenkomt met mijn Stille Tijd deze week.
Vasten (en bidden) is geen plicht, geen moeten, maar een verlangen om dicht bij Hem te zijn, van Hem te leren, te horen, te ontdekken wat Zijn wil is.
Daar past geen droevig of somber gezicht bij.
Daar past geen ruzie, haat en nijd bij.
Daar hoort een glanzend gezicht bij, dat straalt van vrede en vreugde, omdat het hart dicht bij God vertoeft.
Dan zullen we waarschijnlijk ook eerder of meer stil gaan staan bij wat we voor anderen kunnen betekenen, de dingen ook gaan doen die genoemd worden in Jesaja 58 en in de overdenking.
Vasten; niet in de eerste plaats hoe, maar waarom.


Lieve Vader in de hemel, dank U wat ik allemaal heb mogen ontdekken en leren door hier mee bezig te zijn, door te zoeken en te lezen, te overdenken en U te vragen.
Ik bid U, Vader, dat het niet weg zal ebben, maar dat het een vaste plaats in mijn leven zal krijgen, omdat het mij dicht, heel dicht bij U brengt.
Het is niet iets dat U ons verplicht om te doen, maar ik geloof met heel mijn hart dat U er naar verlangt dat wij U veel meer zouden zoeken onder bidden en vasten om te ontdekken wat Uw wil is, om ons af te zonderen van de wereld en al haar geneugten en ons te richten op U. 
We zijn in deze drukke wereld, met alles wat op ons af komt zo op ons zelf gericht, en ik moet U belijden, ik ook.
Alles moet ons makkelijk af gaan, als iets even teveel moeite kost haken we soms al snel af, tenzij het iets is waar onze passie ligt.
Alles moet wijken voor die voetbalwedstrijd op de tv, alles moet wijken voor dat computerspel, alles moet wijken voor die film in de bioscoop, alles moet wijken voor dat mooie boek of …
Wat moet er wijken om tijd met U door te brengen?
Wat mag het ons, wat mag het mij kosten?
Hoe verlang ik naar U, te ontdekken wat Uw wil is in en met mijn leven?
Hoe verlang ik te doen wat Uw wil is, of moet dat ook zo gemakkelijk mogelijk zijn?
Lieve Vader, gewoon zomaar wat vragen die ik bij mezelf neerleg en ik bid U, werk met Uw Heilige Geest het antwoord uit in mijn hart, in het hart van een ieder die dit leest.
In Jezus’ Naam.

- Amen -


Verlangen naar U

Verlangen naar U, o HEER,
verlangen naar meer van U
en minder van mij.

Verlangen naar stilte,
naar alleen zijn met U,
om Uw stem te horen
en te verstaan;
Uw wil te ontdekken
om Uw wegen te gaan.

Verlangen naar U,
naar U te dienen
met heel mijn ziel
en heel mijn hart;
een vreugde te zijn
voor Uw Vaderhart.

Verlangen naar U, o HEER,
verlangen naar meer van U
en minder van mij.

Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,





zondag 9 maart 2014

Week 11 - De liefde van weleer

… want zij heeft veel liefgehad; …
HSV

… want ze heeft veel liefde betoond; …
NBV

Lucas 7:47

Met de beste wil van de wereld kan ik me niet herinneren op welk moment ik ‘tot bekering’ kwam.
Voor mij geen terugblikmoment van ‘vlinders in mijn buik’, of alleen maar aandacht voor Hem, of alleen maar praten over Hem met Hem enz.
Zoals de schrijfster van de overdenking soms met weemoed terugdenkt aan die dagen, denk ik soms met weemoed aan de dingen die ik niet ken en waarin ik mezelf soms tot de orde moet roepen en mezelf moet voorhouden hoe bijzonder het ook is om op te groeien met Hem en Hem van jongs af aan te mogen kennen; ouders te hebben, die geloven.

Herinneringen
Mijn herinneringen gaan naar kinderkampen waar ik mijn hartje aan de Here Jezus heb gegeven, maar Die ik daarvoor al liefhad.
Mijn herinneringen gaan naar de zondagsschool van de Hervormde Kerk waar ik zo graag kwam, waar ik me zo thuis voelde en genoot en tot tranen vaak bewogen werd door de prachtige Bijbel- en zendingsverhalen die ook werden verteld door mensen met een bewogen hart om kinderen van de Here Jezus te vertellen.
Mijn herinneringen gaan naar catechisatie, waar ik toen ik 15 jaar was zo graag belijdenis had willen doen van mijn geloof, maar geen woord meer durfde te zeggen, toen de dominee bij de eerste les van het nieuwe seizoen rondkeek en hardop besloot dat er toch niemand was die waarschijnlijk belijdenis wilde doen en vervolgens gewoon begon met de les.
Ach ja, ik was ook pas 15 en had ‘niet de leeftijd’ om belijdenis te doen.
Ik herinner me  nog mijn boosheid, mijn verdriet en teleurstelling, die om het hardst streden in mijn hart.
Ik herinner mijn verbolgenheid telkens als ik het aan iemand vertelde.
Nog ervaar ik een stukje pijn en verdriet om deze kortzichtigheid; ik begreep er niets van en begrijp het nog niet.
Ik weet nog dat ik een aantal jaar later belijdenis deed in de plaats waar ik toen woonde en werkte; het was nu meer een formaliteit dan een hartsverlangen.
Een formaliteit zodat ik ook aan het avondmaal mocht gaan.

Ik herinner mij mijn zoektochten, mijn honger naar meer van Hem.
Mijn diepe besef van dat er meer, veel meer, moest zijn dan wat de kerk waarin ik was groot gebracht en later ook lid van was, leerde.
Ik herinner mij nog een zondag, waarin Prof. Velema bij ons sprak over ‘Mijn Vader’.
Nee, ik weet niets meer van die preek, behalve dat hij sprak over deze twee woordjes: ‘Mijn Vader’.
Jaren later, toen ik schoorvoetend mijn eerste gedichten schreef, was dat ook één van mijn eerste onderwerpen.
‘Mijn Vader’ …
Niet die toornende, straffende God, geen God die met opgeheven vinger stond, maar een liefhebbende vader.
Mijn Vader!
Mijn Vader!

Ik herinner mij nog mijn constante worstelingen; ik zat of op de top van de berg, of ik zat in het diepste dal, een tussenweg was er niet.
Als ik Hem ervoer, zat ik op de top van de berg, maar als ik het gevoel kwijt was, zat ik in het diepste dal, want hoe, hoe kon ik Hem in vredesnaam bij me houden als ik Hem niet voelde, niet ervoer.
Ik wilde Hem zo graag altijd dichtbij mij hebben, weten en daar vanuit leven, maar wist niet hoe.
En de jaren regen zich aaneen …

Ik herinner me de allereerste keer (inmiddels was ik getrouwd) dat we met vrienden mee gingen naar hun (Evangelische) Gemeente.
Ik herinner me nog hoe doodongelukkig ik mij voelde tussen deze mensen, in deze kerk.
Ik hield van zingen, dus die liederen waren niet het probleem, maar die handen omhoog en wat ze daar zeiden en hoe ze deden …
Nooit weer, nooit weer …
(de mens wikt, maar God beschikt … )
En toch, daar er van onze kerk geen Bijbelstudiegroep of iets dergelijks was, ging ik met deze vrienden mee naar hun kring; ik zocht en hongerde nog steeds.
Ik weet nog dat ik de hele avond diep weggekropen zat in mijn stoel, bang als ik was dat men mij iets zou vragen; en o, alsjeblieft niet om de beurt bidden, want dat kan en durf ik niet.
(waar is dat hele kleine meisje gebleven, dat ’s avonds, in een kamer vol visite, haar knietjes boog en bad voor alles wat er in haar gedachten kwam, tot aan de zieke poes van de buren, zonder dat het haar ook maar iets interesseerde wat mensen er van vonden of dachten)
Alleen na afloop kletste ik honderduit.

Ik herinner me het moment, ik was inmiddels 28 jaar, dat ik aan de avondmaalstafel zat en de dominee naar me zag kijken, terwijl hij de overbekende woorden sprak: ‘Al wie verkeerd eet en drinkt, eet en drinkt zichzelf een oordeel.’
De combinatie van deze woorden op het moment dat hij mij aankijkt, maken me zo verschrikkelijk bang voor God, dat de maat voor mij vol is.
En ik besluit op dat moment: het is genoeg!
Ik ga hier weg, ik wil geen leven in angst voor God.
Het kan toch niet goed zijn dat ik niet aan het avondmaal durf uit angst voor dat ik daar verkeerd zit; wat dat ook mocht zijn.
Diep van binnen ervoer ik opnieuw, zo is het toch niet bedoelt, zo kan God toch niet zijn, dit kan Hij toch nooit zo bedoelen?
Maar hoe Hij dan wel was, wist ik niet, ik wist alleen dat er diep in mijn binnenste een onrust was, een steeds weer zoeken naar, te midden van alles.

Ik herinner mij onze zoektocht naar een andere gemeente.
Ik herinner me de een tussenstap in een bepaalde gemeente, waarin ik (zeg ik nu achteraf) de tijd kreeg van God om het eerste gedeelte van het juk dat de kerk waarin ik ben opgegroeid, af te leggen; het juk van wetticisme.
Ik herinner mij hoe ik zondags mezelf dwong om in een broek naar de kerk te gaan, om van het idee af te komen dat ik een grote zonde beging als ik in een broek naar de kerk ging.
Verstandelijk geloofde ik met heel mijn hart, dat God liever had dat er iemand met een lange broek in de kerk kwam dan helemaal niet, maar die opgeheven vinger achtervolgde mij voor lange tijd.

Ik herinner mij niets van de eerste keer dat wij naar de gemeente gingen in welke we nu nog steeds vertoeven.
Slechts dat we uitgehongerd waren naar Hem en Zijn boodschap indronken.
O, wat kon ik genieten van de tijd van aanbidding, van zingen; de vrijheid, de warmte, vanuit mijn hart.
Ja, die handen bleven wel een beetje een probleem, ook die doopdiensten, maar langzaamaan groeide van binnen het gevoel: ik ben thuis!

Ik herinner me dat we lid werden en ik herinner me mijn doop.
Welk een zware worsteling is hier niet aan vooraf gegaan, maar welk een bevrijding ervoer ik niet toen ik weer boven water kwam in het doopbad: ‘Ik ben vrij!’
Welk een liefde ervoer ik niet voor mijn Heer en heiland, die mij had vrijgekocht van het juk van de wet.
In mijn doopgedicht dat ik als getuigenis had geschreven, omschreef ik het als: ‘verbroken zijn de geketende banden’.

Ik herinner mij, dat ik er later achterkwam dat, hoewel ik vrij was door het bloed van Jezus en dat mocht ik op dat moment ook heel duidelijk ervaren, ik in de loop van de jaren die volgden, pas langzaam, stap voor stap, bevrijd werd van dat juk.
Hij, Jezus had mij vrijgekocht, mijn zonden en schuld betaald, maar mijn denken moest nog wel worden vernieuwd.
En dat proces gaat door, dat bleek wel vorige week.

O, ik herinner mij ook nog het moment waarop ik las in het boek van Francine Rivers ‘Een stem in de wind’, dat Hadassah aan het einde van de dag naar de binnenplaats ging, neerknielde en haar handen ophief naar de hemel, en alles in gebed bij haar geliefde Heer neerlegde.
Opnieuw nam de Heer een stukje van mij, angst en mijn ‘dit kan toch niet, dit mag toch niet, dit is toch niet goed’, af en voor het eerst hief ik mijn handen in gebed en aanbidding naar omhoog.
Voor het eerst die zondag erop, hief ik mijn handen naar omhoog als teken van mijn overgave aan Hem, als teken van de plaats die hem toekwam, als teken van U wil ik eren.

Ik herinner mij mijn angst en onzekerheid toen ik gevraagd werd om te komen helpen in het Vrouwenwerk.
O, wat was ik eigenlijk bang voor al die vrouwen.
Hoe spreek je ze aan, ik heb niets te zeggen.
Jaren van thuiszitten doordat ik lichamelijk een wrak was (Palindroomreuma en rugproblemen), hadden mij veranderd in een sociaal onbeholpen mens, die op zichzelf was gericht en ik voelde me onzeker en zo minderwaardig ten opzichte van hen.
Ik herinner mij, dat ik blij was als ik alleen maar de koffie in hoefde te schenken, en in ieder geval de vrouwen die kwamen geen welkom hoefde te heten.
Ik herinner mij de eerste Kerstavond voor Vrouwen, waar ik voor het eerst gevraagd werd om een stukje te schrijven over die avond, wat tot gevolg had dat ik voortaan altijd de stukjes van de vrouwenochtenden (die we toen nog hadden) schreef voor in ons maandblad. (probleem contact met andere vrouwen was opgelost)

Ik herinner me dat ik stopte toen de jeugd op ons pad kwam en de jaren van pijn en verdriet om de gevolgen van het pesten van twee van onze kinderen.
Ik herinner me de diepe put van wanhoop, pijn en verdriet, toen we het leven van onze dochter letterlijk in Zijn handen moesten leggen, omdat wijzelf niets konden doen aan de situatie waarin zij was terecht gekomen, en beperkt als zij is door haar stukje problematiek, ook zelf niet uit kon komen, niet kon zien wat er allemaal werkelijk gebeurde.
Ik herinner mij de angst en de onzekerheid die om de hoek kwam, toen er iemand kwam om één van de zaken van mijn man over te nemen.
We stonden er net als zo velen niet zo best voor met de twee zaken, maar deze man wilde juist die zaak, die plek hebben waarvan wij dachten dat die het beste was om vast te houden.
Ik herinner me mijn angst dat we ons huis kwijt zouden raken, mijn worsteling om ook dat in Zijn handen te leggen en te komen tot ‘Uw wil geschiede’.

Ik herinner me ook hoe God mij vasthield in al deze jaren, hoe Hij vormde en kneedde.
Hoe Hij mij stap voor stap leidde, en onderwees.
Hoe Hij dingen op mijn weg bracht die mij ondersteunden, inzicht gaven en mij opbouwden.
Mij uit het isolement haalde, waar ik door alle omstandigheden in terecht was gekomen.
Mij zelfvertrouwen gaf, zoals ik nog nooit had bezeten.
Nieuwe mogelijkheden op mijn weg, om mij te ontplooien, en waardoor er gaven en talenten in mij boven kwamen,waarvan ik niet wist dat ze ook maar in me aanwezig waren.

Ik herinner mij dat ik mijn eerste blog startte en hoe het schrijven zich ontwikkelde, zowel in mijn gedichten als op andere vlakken.
Ik herinner mij hoe het schrijven mij dicht bij Hem hield en hoe er daardoor stabiliteit kwam in mijn relatie met Hem.
Ik herinner mij hoe ik door alles leerde dat er werkelijk kracht van Zijn woord uitgaat als ik het lees, uitspreek, erover schrijf.
Hoe door dit alles Zijn woord en daarmee Hij, meer en meer verweven raakt met mijn leven en een steeds grotere plaats inneemt, maar nu zonder angst.

Ik herinner mij hoe Hij Caroline van de Vate en mij bij elkaar bracht; schilder- en dichtkunst en hoe wij door ons werk samen, inmiddels aangevuld met Martine Lage (muziek), vele anderen, en met name vrouwen, mogen bemoedigen door middel van beeld, woorden en muziek.

En ik herinner me hoe ik dwars door al deze dingen heen opeens besefte: mijn ziel heeft rust gevonden!
Alsof ik in dit leven op mijn plaats van bestemming ben aangekomen en van daaruit mij verder mag ontwikkelen om te leven tot Zijn eer met de gaven en talenten die Hij mij heeft gegeven.
Ik besef hoe Hij mij daarin stap voor stap in liefde leidt en onderwijst, en hoe ik mag leren met vallen en opstaan, zonder bang te hoeven zijn dat Hij mij afwijst of aan de kant zet, omdat ik voor de zoveelste keer iets verkeerd doe, of worstel in plaats van gewoon aanneem, of …
Ik herinner me nog veel, en veel meer dingen waarin God liet zien en merken dat Hij er was, maar dit zijn zo in grote lijnen voor nu de meest belangrijke, en ik besef daarmee eens te meer hoeveel ik van Hem houd.
Hoe kostbaar en dierbaar Hij mij is.
De woorden van Augustinus ervaar ik als een diepe waarheid:
‘Gij hebt ons naar U toe geschapen, en rusteloos is ons hart tot het rust vindt in U.’

‘De liefde van weleer’ is bij mij geen moment met ‘vlinders in mijn buik’, maar een liefde die er altijd al was en die ik gaandeweg meer en meer heb leren kennen.
Maar hoe het ook is of zij, uit het woord in Openbaring 2:4 blijkt, dat wij waakzaam moeten zijn en blijven dat we ‘de liefde van ons leven’ niet moeten verlaten.
Andere vertalingen spreken van ‘dat u me niet meer zo liefhebt als eerst’, of verzaakt, of opgegeven.

Hoe lief heb ik hem nog?
Ben ik me bewust van mijn liefde voor Hem?
Is wat ik doe en hoe ik leef nog uit liefde voor Hem?
Of is het een gewoonte geworden, een plicht een sleur?
Iets dat er bij hoort?

De drukte van ons leven kan ons zo in beslag nemen en/of ons zo bij Hem vandaan halen of houden.
Stille tijd of persoonlijke Bijbelstudie kan er zo gauw bij inschieten, of vermoeidheid er voor zorgen dat we de samenkomst verzuimen.
En voor we het weten, en soms dus ook beseffen, doen we de dingen nog zonder dat ons hart gevuld is met liefde en dankbaarheid voor Hem.

Als er één ding is wat vorige week  bracht, dan is het wel een hernieuwde liefde en dankbaarheid voor Hem.
In sommige opzichten zelfs een geheel nieuwe liefde voor Hem.
En meer dan ooit wil ik dit besef vasthouden om van daaruit te leven.

Het is een heel lang stuk geworden, en ik heb geen idee of er ooit iemand is die het helemaal leest, maar dat doet er ook eigenlijk helemaal niet toe, want dit is mijn verhaal wat mij weer heel dicht terugbrengt bij de liefde van mijn leven, bij mijn God en Vader, bij mijn Heer Jezus en Zijn geest die in mij woont.
Soms is het zo goed om eens terug te duiken in je herinneringen en alles op te schrijven, om zo te ontdekken hoe Hij je leven wel niet heeft geleid, wat Hij allemaal wel niet heeft gedaan, heeft gezorgd, gegeven, voorzien enz. enz..
En kom je zo weer uit bij de liefde van je leven, je liefde van weleer.
Je eerste liefde; mijn eerste liefde:
Jezus


Lieve vader in de hemel, dank U wel, dank U wel voor alles.
Dank U wel voor Uw immens grote liefde, waardoor ik U kan liefhebben.
Dank U wel, Heer Jezus, voor wat U voor mij hebt gedaan!
Dank u wel, dat U de weg naar de vader hebt vrijgemaakt en dat U mij hebt vrijgemaakt.
Dank U wel, voor wie U bent, voor wat U doet, voor wat U hebt gedaan.
Dank U wel, voor Uw bemoeienis met mijn leven, Uw geduld, Uw trouw, Uw nimmer aflatende zorg.
Dank U wel, dat U mij blijft omgeven, elke dag en mij onderwijst en leidt op al mijn wegen, en daarin zo geduldig op mij wacht, als ik eerst mijn eigen wegen ga.
Dank U wel, voor Uw grootheid, die U vaker laat zien dan ik me soms bewust ben, en toch stopt U er niet mee.
Dank U wel, dat U mij de tijd en ruimte geeft die ik soms nodig heb, maar ook dat U me soms bij de kladden pakt en me tot de orde roept.
Dank U wel, voor Uw vergeving van al mijn zonden die ik heb gedaan, doe en nog zal doen.
En dank U wel, dat U afmaakt wat Uw hand begonnen is te doen.
Dank U wel, dat U bij mij bent, al de dagen van mijn leven tot aan de voltooiing van de wereld.
Dank U wel, ook voor alles wat ik nog vergeten ben te noemen, maar wat ook in Uw hand is, of uit Uw hand voorkomt.
Dank U wel, ik houd van U.

– Amen –


Ik heb U lief!

Heer, U heb ik lief,
U bent de liefde van mijn leven.
U bent mijn alles,
en zo geheel met mij verweven.

U bent de adem van mijn ziel,
de bron van mijn bestaan.
De rots waarop ik bouw,
en de weg die ik wil gaan.

Ik heb U lief,
meer dan ik met woorden zeggen kan.

Ik heb U lief,
meer dan mijn daden laten zien.

Ik heb U lief,
meer dan mijn gevoel kan uiten.

U heb ik  lief,
U bent de Heer die ik dien.

Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,




vrijdag 7 maart 2014

Week 10 - Berouw (3)
Mijn Jezus ik hou van U!

De vorige keer eindigde ik met een vraag, die ik mezelf stelde: ‘Hoe leef ik dan nu eigenlijk; hoe heb ik dan tot nu toe geleefd? Half onder het oude verbond en half onder het nieuwe verbond?’
Als ik daar mijn gedachten over laat gaan en kijk naar de manier waarop ik met deze dingen omga, kom ik tot een schokkende ontdekking.
Ik kan niet anders concluderen dan dat ik geleefd heb alsof mijn zonden vergeven zijn tot aan mijn bekering, tot aan mijn doop, tot aan mijn ‘bewustwording van Zijn immens grote lijden’ met het schrijven van het verhaal ‘Die alles veranderende gebeurtenis’, en vervolgens alleen als ik mijn zonden heb beleden.
Met andere woorden, niet de zonden die ik nog ga doen, die worden mij dan dus pas vergeven als ik ze belijd en tot die tijd zullen ze tussen mij en God in blijven staan.
Alsof ‘het voorhangsel’ opent en sluit met mijn wel of niet belijden en vergeving vragen van mijn zonden.

Hoe bizar eigenlijk, want ik weet dat mijn zonden, al mijn zonden, zijn vergeven en dat ik Zijn kind, Zijn eigendom ben en dat Hij een plaats voor mij aan het bereiden is.
Ik weet, dat ik kostbaar ben en waardevol, een parel in Zijn hand.
Ik weet, dat op het moment dat de Here Jezus stierf, het voorhangsel in de tempel scheurde, en dat daarin zichtbaar werd dat de toegang tot de Vader is vrijgemaakt.
‘Het is VOLBRACHT!’
Ik weet dat ik daarom met vrijmoedigheid naar Zijn troon mag gaan en daar alles aan Hem vertellen, voorleggen, vragen, danken, loven en prijzen en dat is wat ik iedere keer ook doe, alleen …
Alleen sluit ikzelf steeds opnieuw het voorhangsel in de tempel met mijn ‘mijn zonden staan tussen God en mij in en ik moet ze belijden en eerst vergeving ontvangen voordat ik Hem ook maar iets kan vragen; voordat ik ook maar kan naderen tot Zijn troon van genade voor hulp.’
O, hoe moeilijk en lastig was dit, want ik ken immers niet al mijn zonden.
Bad ik daarom niet met de woorden van David om vergeving van mijn verborgen zonden?!
Pijn trekt door mijn hart als ik mij bedenk dat ik iedere dag opnieuw gebeden heb om vergeving van mijn zonden, ook mijn verborgen zonden, uit angst dat er ook maar iets tussen Hem en mij in zou blijven staan, en waar Hij mij voor ter verantwoording zou roepen als ik voor Zijn rechterstoel moet verschijnen.
Ik realiseer me, dat hoewel ik dit niet als angst voor God heb ervaren, niet het idee had dat ik in angst voor God leefde, hier weldegelijk sprake is van angst voor Hem.
Hoe bizar!
Ver, heel ver weg verstopt, maar nog steeds toch sluimerend aanwezig.
En ik dacht dat mijn angst voor God, voor die ‘man met Zijn wijzende vinger’ weg was.


Al mijn zonden zijn vergeven!
Niet een paar, niet alleen degene die ik beleden heb, maar al mijn zonden!

… want dit is Mijn bloed, het
bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. (Mattheüs 26:28)

Van Hem getuigen al de profeten dat ieder die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangen zal door Zijn Naam. (Handelingen 10:43)

Vroeger was u dood door uw overtredingen en uw heidense levenswijze, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt, en hij heeft al onze overtredingen vergeven. (Kolossenzen 2:13)

Dit besef schept ruimte, vrijheid, en … dankbaarheid en liefde.
Opnieuw is een stuk angst, dat vroeger is ontstaan, blootgelegd.
En ik weet, dat alles wat in Zijn Licht komt, daar komt genezing en bevrijding.
Het woord van Paulus over ‘vernieuwing van denken’ krijgt een diepere betekenis.

Ik weet, dat er mensen zijn die zeggen dat dit alles te makkelijk is.
een mens moet toch berouw hebben, belijden, om vergeving vragen, zo niet dan heeft hij toch als het ware een vrijbrief om maar te doen wat hij wil, want zijn zonden zijn toch vergeven.
Ik ben er nog niet helemaal uit wat dat betreft, want er komt nog zoveel meer bij kijken, ook naar je kinderen toe, wat je hen dan moet meegeven/leren.
Maar één ding heb ik wel gemerkt aan mijzelf, op het moment dat het tot mij doordrong dat al mijn zonden zijn vergeven, ook die ik nog zal doen, mijn ziel werd overstelpt met liefde en dankbaarheid voor mijn HEER, en ik alleen maar meer en meer Hem wil dienen en eren in alles wat ik doe.
Meer, en niet minder.
Een oprecht kind van God zal nooit zo kunnen gaan leven, nooit.
Je kunt immers niet van Hem houden, Hem dankbaar zijn en tegelijk leven alsof Hij niet bestaat, nooit bestaan heeft.

Ik heb het boek nog niet uit, en op verschillende gebieden kan ik Prince totaal niet volgen en zijn er nog meer vragen dan antwoorden.
Misschien, als ik verder lees, komen er nog wel weer meer gedachten boven, wie zal het zeggen.
Maar voor nu stop ik hier, omdat ik geen pasklare antwoorden heb over hoe dan wel.

Wel geloof ik met heel mijn hart dat we veel meer (ik in ieder geval wel) zouden moeten danken voor de vergeving die we hebben ontvangen van al onze zonden, dan dat er nu wordt gedaan.
Ik heb mijn Heer en Heiland ontelbare malen om vergeving van mijn zonden gevraagd.
Ik heb Hem gedankt voor Zijn lijden en sterven, voor wat Hij voor mij heeft gedaan.
Maar ik heb weinig herinneringen aan mijn dankzegging aan Hem voor de vergeving die ik heb ontvangen van al mijn zonden.
Ja, globaal: Heer, dank U wel, dat U mijn zonden hebt vergeven’, maar nog nooit (of is het gewoon te lang geleden?) is het zo diep binnen gekomen als nu.


Lieve Heer Jezus, dank U, dank U wel, dat U al mijn zonden hebt vergeven.
Niet alleen de zonden die ik heb gedaan in het verleden, of de zonden die ik vandaag heb gedaan, maar ook de zonden die ik nog in de toekomst zal doen. 
Woorden ontbreken mij, Heer, om weer te geven wat dit alles voor mij betekent, maar U kent mijn hart en U weet wat er in mijn hart omgaat.
Mijn hart behoort aan U; mijn leven behoort U.
En ik dank U, en ik loof en prijs Uw heilige naam!
U wil ik dienen, liefhebben en eren in wie ik ben en wat ik doe.
Mijn Jezus, ik hou van U.
Ik heb van U gehouden, maar nooit zoveel als nu.

– Amen – 




maandag 3 maart 2014

Week 10 - Berouw (2)
'Al je zonden zijn vergeven'

Het boek waarin ik aan het lezen ben en waardoor mijn leven zo op z’n kop is gezet, is een boek van Joseph Prince – Bestemd voor overwinning; Leven vanuit de Overvloedige Genade van God.
Voor ik verder ga, ik lees dit boek omdat iemand tegen mijn man had gezegd ‘dat boek moet je eens lezen’, en vervolgens lees ik het daarom ook maar.
Al is het met enige reserves voor ik ook maar begonnen ben, en al lezende  soms/regelmatig zelfs met zeer kromme tenen in mijn schoenen.
Het boek ligt in mijn vensterbank naast mijn stoel (mijn vaste plekje) en soms kan ik zelfs niet eens de moed opbrengen om het te pakken en verder te lezen.
Maar goed, dan komt de ‘Reading Challenge’ weer in mijn gedachten -5 non-fictie boeken dit jaar- dus ik pak het maar weer en lees verder.
Dan kom ik aan bij het kopje ‘Al Je Zonden Zijn Vergeven’.
En wat ik daar lees houd mij de rest van de week bezig en laat me niet meer los.
Maar bovenal, als ik de woorden overdenk en tot me door laat dringen, overspoelt me een gevoel van liefde, van dankbaarheid voor Jezus, waarvan ik me niet of nauwelijks kan herinneren ooit gevoeld te hebben en het lijkt alsof er om mij heen een ruimte komt, een vrijheid, die ik niet eerder heb gekend.

Tegelijkertijd komt mijn ‘ik’ boven, en ik kan niet anders dan mijn Bijbel pakken en zoeken, lezen, overdenken.
Ik kom tot de schokkende ontdekking, dat ik meer vastzit in een, ik weet niet hoe ik het anders moet omschrijven dan, in een ‘ik ellendig mens’ –status, dan ik had gedacht en beseft.
Wat ik echter heb ervaren, dat moment van liefde en dankbaarheid voor mijn Heer en Heiland, dat wil ik nooit meer vergeten, wat zeg ik, ik wil het nooit meer kwijt!
Vanaf die dag wordt het in mijn hoofd een chaos door alles wat ik lees en denk, en ik kan niet anders dan tijd maken om alles al schrijvende op een rijtje te zetten.


Uit het boek:
Al Je Zonden Zijn Vergeven*

‘Hoe kun je zeggen dat zelfs onze toekomstige zonden vergeven zijn?’

Toen Christus stierf aan het kruis was je nog niet geboren. Al je zonden waren dus ‘toekomstige’ zonden. Dus al je zonden zijn vergeven, en dit werd bewerkstelligd door één offer, door één Man. Zijn naam is Jezus. Zijn volbrachte werk overschrijdt de tijd. Zijn vergoten bloed vergeeft je al je zonden – oude, tegenwoordige en zelfs toekomstige.


Al betekent echt al. Het verwijst naar al de zonden in een mensenleven! God nam dus niet alleen een deel van onze overtredingen weg; Hij vergaf ze allemaal – oude, tegenwoordige en toekomstige!


God heeft al je zonden genomen, zelfs de zonden die je nog niet hebt begaan, en Hij heeft ze allemaal op Jezus gelegd. Al jouw toekomstige zonden zijn aan het kruis volledig geoordeeld!



Alle radertjes in mijn hoofd gingen op volle toeren draaien toen ik dit las.
Ja, al mijn zonden zijn vergeven, dat weet ik en dat geloof ik met heel mijn hart.
Voor al mijn zonden is Jezus gestorven aan het kruis op Golgotha.
Al mijn zonden, zonden die ik gedaan heb, alle zonden die ik …
… doe en zal doen …?!

Berouw …
Belijden …
Vergeving …

… ik ken mijn overtredingen, mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen …
… Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, ik heb gedaan wat kwaad is in Uw ogen, …
… Berouw is het offer dat u verlangt. Een gebroken, een verbrijzeld hart veracht u niet, mijn God …
… Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest …
… Zuiver mij van mijn verborgen zonden, want iedereen maakt fouten zonder het te weten …
… O God, wees mij zondaar genadig! …
… Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren …

Al mijn zonden zijn vergeven!? …
Die ik heb gedaan, die ik doe en die ik nog zal doen!? …
Waar blijf ik dan met ‘mijn zonden belijden, berouw, vergeving ontvangen’?
‘Schrob mijn leven schoon’, het zinnetje van een CD schiet door mijn hoofd; hoe vaak heb ik dat niet gebeden?
Want ja, dat wilde ik immers, dat Hij mijn leven schoon schrobt, iedere dag; witter maakt dan sneeuw.
Bad ik niet dagelijkse om vergeving voor mijn ‘verborgen zonden’?!
Bad ik niet dagelijks voor vergeving van de zonden van  mijn kinderen!?
Verlangde ik, en bad ik daar ook af en toe niet om, om een berouwvol hart; wilde ik dat niet graag ervaren om zo ook oprecht naar Hem toe mijn zonden te kunnen belijden en vergeving ontvangen?!
Had ik soms niet het gevoel, dat ik niet genoeg berouw had, niet genoeg zondebesef?
En kon ik me daar soms niet schuldig over voelen?

Al mijn zonden zijn vergeven!? …
Het voorhangsel is gescheurd, de toegang tot de Vader is vrij door het volbrachte werk van de Here Jezus!
Mijn dooptekst: ‘Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.’

Als ik op zoek ga via Biblia.net naar berouw en zonden belijden in het Nieuwe testament vind ik niets anders dan 1 Johannes 1:9 - Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.
In de dagen die volgen na het lezen van deze dingen, lees en zoek ik veel in mijn Bijbel en via Biblia.net, maar nergens kan ik ook maar iets vinden over zonden, berouw en belijden nadat je je leven aan de Here Jezus hebt gegeven.
Paulus, de man van wie de meeste Bijbelboeken uit het Nieuwe Testament zijn en die zoveel richtlijnen heeft geschreven, lijkt niets te schrijven over berouw en zonden belijden na de bekering.
Ervoor ja, erna nee.
Of kijk ik er over heen?
Waar blijf ik dan met het ‘Onze Vader’, het gebed dat Jezus Zijn discipelen leerde?
Waar blijf ik met de woorden van David over het ‘gebroken en verbrijzelde hart’?
Waar blijf ik dan met mijn gebed om vergeving van mijn verborgen zonden?
Waar blijf ik met alles wat ik gewend was, gewoon was?

Voor een moment laat ik dit alles, al mijn gedachten met bijkomende wirwar van gevoelens, voor wat het is en probeer de volheid van de woorden tot me door te laten dringen.

Al mijn zonden zijn vergeven.
Alles wat ik ooit verkeerd heb gedaan.
Alles wat ik verkeerd doe.
Alles wat ik in de toekomst nog verkeerd zal doen.
Alles is mij vergeven op het moment dat ik Jezus aannam als mijn Heer en Heiland.
Toen, op dat moment bedekte Hij met Zijn bloed al mijn zonden.
Niet alleen de zonden die ik heb gedaan en doe tot op dit moment, maar ook alles daar voorbij …
Het verlangen naar een berouwvol hart over mijn zonden, mijn gebeden iedere dag om vergeving van ook al mijn verborgen zonden, worden overspoeld met een intens gevoel van liefde en dankbaarheid voor mijn HEER.
Liefde en dankbaarheid omdat ik (voor het eerst of sinds lange tijd?) me realiseer wat het betekent ‘voor AL mijn zonden’.
Whow …
Alsof ik mij nu pas ten volle realiseer wat Hij voor mij heeft gedaan en ik ervaar een liefde en dankbaarheid als nooit te voren en met deze liefde en dankbaarheid, met het volle besef van deze wetenschap, word ik omgeven door een ruimte en vrijheid die ik niet eerder heb gekend en een verlangen om Hem te dienen.

Het is een kort moment, maar ook een onvergetelijk moment.
Een kort moment, omdat mijn gedachten direct weer worden overspoeld met allerlei andere vragen en dingen die gebeurd zijn, hoe ik dacht en leefde en …
De consequenties die dit dan allemaal weer heeft.
Mijn denkwijze, leefwijze, wat ik allemaal al geschreven heb en …
Wat betekent dit allemaal dan wel niet …

Hoef ik dan geen zonden meer te belijden, geen berouw meer te hebben?
Joseph Prince schrijft deze dingen vanuit het oogpunt ‘oude en nieuwe verbond’, voor en na het volbrachte werk van de Here Jezus.
De straffende God, toornende, afstandelijke God van het Oude testament tegenover de Genadige en Liefdevolle God en Vader in het Nieuwe testament.
Is dan alles wat er geschreven is met oog op een berouwvol hart alleen voor hen die onbekeerd zijn, of toch ook nog voor Gods kinderen?
Maar waarom kan ik daar dan weer niets over terugvinden in de Bijbel, behalve dan die tekst uit 1 Johannes 1:9?
En voor wie is die tekst dan geschreven, voor de gelovigen of de ongelovigen?
Als ik het zo lees, zeg ik, voor de gelovigen, maar er zijn er weer genoeg die anders beweren.
En hoe leef ik dan nu eigenlijk; hoe heb ik dan tot nu toe geleefd?
Half onder het oude verbond en half onder het nieuwe verbond?
Er is nog zoveel om over na te denken.

Ik zou het fijn vinden dat als je meeleest, meedenkt, jouw gedachten er over met me deelt.

Gods rijke zegen en een liefdevolle groet,




*Aangehaalde Bijbelteksten:
Kol. 2:13
Ps. 51:5,6,19,12
Luc. 18:13b
Matth. 6:12
Marc. 15:38
Hebr. 4:16

Wordt vervolgt.

zondag 2 maart 2014

Week 10 - Berouw (1)

En de tollenaar bleef op een afstand staan en wilde ook zelfs zijn ogen niet naar de hemel opheffen, maar sloeg op zijn borst en zei: O God, wees mij, de zondaar, genadig.
Ik zeg u: Deze man ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis, in tegenstelling tot die andere.
HSV

De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.”
Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet.
NBV

Lucas 18:13,14a


Het is lange tijd geleden dat mijn leven zo op z’n kop heeft gestaan als afgelopen week.
Het thema voor mijn Stille Tijd was ‘Berouw’.
Als eerste lees ik altijd de overdenking, meer tijd heb ik ’s zondags vaak niet en de rest van de week iedere dag één of meer van de ter verdieping gegeven Bijbelgedeelten.
Eigenlijk verheugde ik me al bij voorbaat op bepaalde gedeelten, omdat ik ze ken en ze
me raken.
De overdenking op de kalender begint met een verhaaltje over een klein meisje, die iets verkeerds gedaan had en het niet meer voor zich kon houden, maar het moest vertellen aan haar moeder.
Onder tranen biechtte zij op wat ze had gedaan, terwijl haar moeder God dankte dat Hij haar dochter een zacht hart had gegeven, een hart van berouw.
Hoewel de moeder natuurlijk verdrietig was over wat haar dochter had gedaan, vergaf zij haar in liefde omdat zij de goede weg had gekozen.
Natuurlijk moesten er dingen worden rechtgezet; ook gingen ze naar de Here Jezus om vergeving te vragen, en uiteindelijk viel het meisje in de armen van haar moeder in slaap.

Van dit verhaaltje gaan we naar de tollenaar in de tempel, die achter in de tempel staat, omdat hij zich niet waardig genoeg voelde om verder te lopen en die zich bewust was van wie hij was en het daar door uitriep: ‘God, wees mij zondaar genadig!’

Berouw, belijden, vergeving ontvangen.

In onze dienst die ochtend komt het terug, maar ook in het boek dat ik aan het lezen ben die middag.
En als ik de dag erop verder ga in een ander boek dat ik ook aan het lezen ben, kom ik ook daar uit bij hetzelfde onderwerp, alleen wordt dan in één klap mijn hele wereld op z’n kop gezet.
Ik vind het bijzonder dat aan het begin van deze week alles zich toespitst op berouw, belijden en vergeving en God zal hier ongetwijfeld een bedoeling mee hebben, dat geloof ik, als er zoveel dingen samenkomen, maar de rest van de week worden mijn gedachten beheerst als nooit te voren over zonden belijden en vergeving ontvangen in het licht van het volbrachte werk van de Here Jezus aan het kruis op Golgotha.

Aan de ene kant is er verwarring, mijn denkwijze is immers totaal op z’n kop gezet, maar aan de andere kant ‘was er een intens gevoel van dankbaarheid, om wat de Jezus heeft gedaan, als ik nog niet eerder heb ervaren.
Op kring mocht ik het neerleggen en hebben we er over gesproken, maar ik kwam er niet echt verder mee.
Ook met mijn man heb ik er over gesproken, maar in mijn hoofd blijft het een wirwar van gedachten, die waarschijnlijk alleen tot rust komen als ik alles heb opgeschreven en uitgewerkt.
En of ik er dan uit ben, uitkom, dat zal blijken.


Lieve Vader in de hemel.
Wat is de grond onder mijn voeten aan het schudden deze week.
Welk een onrust is mijn leven, mijn gedachtewereld, binnengekomen.
Maar tegelijk ook welk een rijkdom en dankbaarheid.
Ik kan het allemaal niet bevatten en in mijn gedachten is het nog één grote chaos.
Van alles en nog wat gaat er rond.
En als ik het ene in Uw woord lees, gaan mijn gedachten al weer naar het volgende en als ik daar weer ben aangekomen word ik soms weer teruggeworpen naar het vorige om het vervolgens weer van een andere kant te bezien of …
En als ik bij het één komt, volgt daarop soms automatisch weer wat anders.
Verwarring en chaos is er in mijn hoofd en ik kan niets anders doen dan het proberen te ordenen door erover te schrijven.
Ik bid U, Vader, leid mij door Uw Heilige Geest naar de waarheid, Uw waarheid.
Open de ogen van mijn hart, geen mij wijsheid en inzicht, en help mij om orde te brengen in deze chaos van al die gedachten en woorden.
Leidt mij op de heilige weg, de weg naar U.
In Jezus ‘Naam.

- Amen - 


Berouw.
Ken jij berouw is de vraag die als laatste naar me toekom na de gegeven Bijbelgedeelten.
Ja, ik ken berouw en mijn gedachten gaan naar de nacht waarin ik het verhaal schreef ‘Die alles veranderende gebeurtenis’ en naar het moment dat ik voor het eerst van mijn leven hoorde wat Hij eigenlijk werkelijk heeft doorstaan voor mij.
Nog herinner ik me de diepe pijn die ik voelde en de vele tranen* die ik huilde om het diepe besef dat Jezus zo moest lijden en sterven voor mijn zonden.
(*Ik ben een emotioneel mens, tranen horen bij mij, maar dit wil niet zeggen dat dat bij iedereen zo moet zijn)

Berouw gaat dieper, gaat verder dan spijt hebben en sorry zeggen voor wat je verkeerd hebt gedaan.
Berouw is besef van schuld, is tot inkeer komen, is oprecht verdriet hebben over.
Echt berouw leidt tot omkeer, tot afkeren van.

David zegt in Psalm 51: ‘Want ik ken mijn overtredingen, mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.
Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, ik heb gedaan wat kwaad is in Uw ogen, …
Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen.
Ontzondig mij met hysop, dan zal ik rein zijn, was mij, dan zal ik witter zijn dan sneeuw. Doe mij vreugde en blijdschap horen; laat de beenderen zich verheugen die U verbrijzeld hebt.
Verberg Uw aangezicht voor mijn zonden; delg al mijn ongerechtigheden uit.
Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest. Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht en neem Uw Heilige Geest niet van mij weg.

Jesaja 1:1-18 laat heel duidelijk zien hoe zonde tussen God en ons in staan.
Hoewel het volk Israël haar offers nog brengt, de feesten viert, de voorgeschreven bijeenkomsten houden, is alles een gruwel in Gods ogen, omdat ze Hem de rug toe hebben gekeerd, er bloed kleeft aan hun handen, omdat ze het kwade niet mijden, zich niet inzetten voor het goede, verdrukten, wezen en weduwe geen recht doen.
Maar God is een genadig God, een God van liefde en trouw, en Hij vertelt steeds opnieuw dat er vergeving is als zij hun zonden belijden en zich afkeren van hun kwade praktijken.

Jesaja 1:16,17,18bWas u, reinig u! Doe uw slechte daden van voor Mijn ogen weg!
Houd op met kwaad doen, leer goed te doen, zoek het recht!
Help de verdrukte, doe de wees recht, bepleit de rechtszaak van de weduwe!
Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.

Joël 12:12b, 13 - …, bekeer u tot Mij met heel uw hart, namelijk met vasten, met geween en met rouwklacht.
En scheur uw hart en niet uw kleren.
Bekeer u tot de HEERE, uw God, want Hij is genadig en barmhartig, geduldig en rijk aan goedertierenheid, en Hij heeft berouw over het kwaad*.
(* De NBV en de GNB spreken respectievelijk van ‘tot vergeving bereid’ en ‘steeds bereid de straf in te trekken’)

Als ik dan naar het Nieuwe testament ga, naar het verhaal van de tollenaar, dan zien zie ik daar een man met een berouwvol hart.
Een man die van zichzelf weet dat hij een zondaar is en dat hij Gods genade nodig heeft .
Wat een verschil met de ‘vrome’ farizeeër!
Hoe duidelijk komt hier naar voren wat in 1 Samuël 16:7 -  …, de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.
... en de tollenaar ging gerechtvaardigd, vrij van schuld, naar huis terug.

Het raakt me dat juist de mensen die door de ‘maatschappij’ worden uitgespuugd, op wie door de ‘maatschappij’ wordt neergekeken,  tollenaars, zondaars, bij Jezus komen.
De tekst uit Lucas 5:31 schiet door mijn hoofd: ‘Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.’
Het lijkt erop dat zij zichzelf beter kennen dan wie dan ook.


Voor ik de kans heb om verder na te denken over dit thema ‘Berouw’, lees ik iets dat alles op z’n kop zet en waardoor ik gewoon niet anders kan dan op zoek gaan wat Gods woord erover zegt, laat zien.

Het wordt teveel om dat allemaal hier neer te schrijven, het verhaal zou te lang worden, maar ook ontbreekt mij de tijd om dit in één dag te doen.
Daarnaast zou het ook niet goed zijn, ik heb ook tijd nodig om af en toe even afstand te nemen voor ik weer verder kan gaan.
Al vele dagen ben ik hierdoor deze week op zoek, lees ik, overdenk ik, en gaan mijn gedachten allerlei kanten op, maar het op schrift zetten van mijn gedachten en het alles plaatsen in het licht van Gods woord kost gewoon veel tijd.
En zo is het deze zondag anders dan anders.
Geen weekgedichtkaart, geen afgerond stukje maar een: Wordt vervolgd!
Mijn Stille Tijd-onderwerp gaat over in een soort van persoonlijke studie naast het volgende Stille tijd-thema.

Ik hoop de komende week hierover verder te schrijven en die stukjes (of stuk; ik heb werkelijk geen idee wat het gaat worden) te plaatsen.
Ik zou het fijn vinden als je meeleest, meedenkt en jouw gedachten er over deelt.

Gods rijke zegen en een liefdevolle groet,
Rita.

Wordt vervolgt.